Lokaal bestuur en het democratisch tekort

(april 2013, januari 2017)

De kabinetten Rutte I en II werken hard aan een herordening van taken over de drie overheden. Aan de ene kant worden veel taken naar gemeenten gebracht met het motief ‘dat de gemeente dichter bij de mensen staat’. Aan de andere kant staat er druk op  opschaling van gemeenten met het motief ‘dat gemeenten anders niet hun taken aankunnen.’ Werken deze twee motieven wel lekker samen?!

336f53ac60_1379669674_Honden-zouden-vaker-autos-moeten-besturen__sqre-rsssDichtbij de mensen staan en steeds groter worden lijkt een contradictio in terminis. Het rijk heeft dat probleem gezien en ‘opgelost’. De gemeente krijgt geen uitbreiding van de autonome taken (dan mag je alles zelf beslissen), maar krijgt de taken in medebewind (dan word je binnen de hekken gezet van het rijk). Gaat dat zo wel de goede kant op?

Al die nieuwe taken van gemeenten worden in medebewind uitgevoerd. Ze zijn voorzien van strikte regels; al met al heeft de gemeente over díe taken weinig te zeggen. Vergist u zich niet in de vergaande landelijke reglementering van de 3 of 4 D’s – zorg, jeugd, participatie/bijstand en passend onderwijs. Somber gezegd is de gemeente in gevallen als deze niet meer dan een uitvoeringsorgaan of agentschap: een door het rijk op afstand gezette instantie die taken uitvoert op de wijze zoals het rijk graag dat ziet. Loslaten is er even niet bij. De ruimte voor lokaal beleid en voor een eigen bestuursstijl is beperkt. Op het budget is bovendien fors geknepen, dus het risicoprofiel is hoog.
Deze taken zet het rijk op afstand omdat het daar zelf niet de tijd voor wil nemen of niet het type competentie voor heeft. Wel beschouwd zou je de democratische controle over zo’n agentschap eerder bij de Tweede Kamer zoeken dan bij de gemeenteraad. In de praktijk zie je dan ook dat de Tweede Kamer zich blijft bemoeien met gedecentraliseerde taken.
Je kan het ook anders zeggen: de taakbepaling en taakuitvoering onttrekken zich nu aan het democratisch oog. Buiten bereik van raad (die niet over de regels en het budget gaat) en kamer (die niet over de uitvoering gaat) worden taken conform de regels uitgevoerd. Zo dreigt de ‘medebewindisering’ een democratisch tekort te creëren.

Het rijk komt in de toekomst vast aan met nog méér medebewindstaken. Die taken worden overigens ook steeds complexer. Ze worden zelfs zó complex dat gepleit wordt voor verdere opschaling van gemeenten. Dat project van opschaling lijkt dan wel even te zijn opgehouden, maar er blijft een onderstroom die aan een grote schaal grote betekenis hecht. Dat is managementspeak die het belang van veronderstelde hogere efficiency hoger stelt dan het belang van sturing en verantwoording, van nabijheid en democratische inbedding.
Zodra gemeenten opschalen en belast worden met die medebewindstaken-zonder-beleidsvrijheid groeien gemeenten weg van burger en kiezer – ook als het gaat om de klassieke gemeentelijk taken. De gemeente zit dan niet dichter bij de burger, maar komt juist verder weg te zitten.
Het democratisch tekort dreigt zo te worden verdubbeld. Anders besturen wordt moeilijk, loslaten als hedendaagse bestuursstijl wordt een gotspe – je moet gewoon de rijksregeling uitvoeren.

Vanuit de burger en kiezer gezien krijg je het beeld: gemeente uit zicht. Het is precies de beweging die de laatste 10 jaar knaagt aan de legitimiteit van de overheid en daarmee van de politiek. Zonder precies die link te leggen geeft de Raad Financiële verhoudingen in januari 2017 een belangrijk signaal: de politiek is aan zet, moet kunnen kiezen voor welke taken hij oppakt, voor de wijze waarop hij die taken uitvoert, en zich zo in positie te brengen om verantwoording te dragen voor wat hij doet. Als gemeenten een taak krijgen, dan moeten ze ook écht kunnen sturen: op omvang en budget, en op de aanpak en instrumentering.

Wat zijn de oplossingen als we dit willen?
# het rijk krijgt lef: gemeenten krijgen een ruime jas vol beleidsvrijheid voor al die nieuwe taken én een veel groter eigen belastingdomein.
# de gemeenten krijgen lef: de klassieke gemeentelijke taken inzake voorzieningen en leefomgeving gaan naar nieuwe vormen van bestuur (‘burgerinitiatief’ en ‘ondernemersinitiatief’) die direct voortvloeien uit de buurt, dorp, binnenstad of bedrijfsterrein.

Maar misschien willen we wel gewoon voorspelbaarheid en technocratie
# grote gemeenten/grote uitvoeringsdiensten-op-afstand onder het motto: regels zijn regels, niet lullen maar poetsen.
# klassieke gemeentelijke taken vallen terug naar internetlevering van paspoorten c.a. en niet-onderhandelbare onderhoudprogramma’s voor het openbaar gebied.
# de eigen zeggenschap van burger wordt teruggebracht naar vouchers voor kleine dingen: in te zetten voor buurthuis, zangclub, speelplek of boule-baan. Samen met je buren beslissen.

Zeg welke maatschappij u wilt!

(Een voorganger van deze tekst uit 2013 werd eerder gepost op de blog van Wim Derksen, die minister Plasterk uitdaagde met een heerlijk artikel onder het motto ’elke minister zijn eigen professor’. Het woord ‘medebewindisering’ is van zijn hand&hoofd. http://www.wimderksen.com/?p=542. In 2017 kwam de Raad Financiële Verhoudingen met een advies dat de keuzes tot nu toe scherp analyseert – en afwijst. Op tijd voor de verkiezingen. De tekst uit 2013 is iets aangescherpt en geactualiseerd – en de auteur is blij met het signaal van de adviescommissie)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s