De slag om Kats

december 2015

SSW-largeDe laatste episode van de kleine scholen begon in het voorjaar van 2013 met een ongelukkig advies van de Onderwijsraad. In diezelfde periode werd het besluit genomen tot sluiting van de laatste school in Kats. Wat is er sedertdien gebeurd? Hoe zit het met die schoolcoöperaties waar je zoveel over hoort–  hoe gaat het nu verder met Kats –  en wat kan er tegenwoordig wél?

Het politiek-inhoudelijke debat over kleine scholen, zoals dat in 2013 en 2014 werd gevoerd, had kwaliteit. Hij eindigde in mei 2014 met een sterke brief van Sander Dekker aan de Tweede Kamer. En de school in Kats? Die bleef dicht.

De kleine onderwijsvrede van 2014
Wat was er sterk aan die brief van Dekker? In heel gewone taal maakte hij duidelijk dat maatwerk op lokaal niveau centraal staat. Dekker stelde vast dat driekwart van de kleine scholen was terug te vinden in dorpen en wijken met heel wat meer scholen. In zijn brief maakte hij samenwerking tussen scholen makkelijker. Hij spreekt over fusie en beperkte samenwerking en zélfs over 2 richtingen onder 1 bestuur – 2 geloven op één kussen. Dat waren allemaal oplossingen voor de situatie van een groepje (kleinere) scholen bij elkaar in de buurt. De boodschap was: ga samenwerken, concurreer mekaar niet de wijk of het dorp uit, kies voor blijvend goed onderwijs midden in de samenleving.
Dé oplossingen voor ‘de laatste school’ kwam er niet. Er was wat te lezen over regionale afspraken – alsof plattelandsgemeenten vaak al niet de geografische omvang van een regio hebben. Die laatste vaak zéér kleine school: dat blééf een probleem.
En juist die school in Kats was daar een voorbeeld van.

Het bleef onrustig
De groep kinderen van 4 tot 12 jaar daalt in hoog tempo. Het afgelopen schooljaar gingen dan ook meer dan 100 scholen dicht. Een deel door fusie of samenwerking, en dat is positief te waarderen. Een ander deel zakte gewoon door het getalsmatige ijs en had geen samenwerkingspartner gevonden. Slechts één school stond moederziel alleen en veel te klein in een verafgelegen dorp.
De wereld van samenwerking breidde zich uit. Soms zijn passend onderwijs en jeugdzorg dicht bij elkaar gezet – twee grote ontwikkelingen worden zo met elkaar verbonden. Al heel gewoon is een cluster kleine scholen in wijk, dorp of op het platteland dat de specialismen deelt – de sportleerkrachten en remedial teachers kunnen immers beter reizen dan de kinderen.  Ook zien we al vele jaren dat na enig gedoe en wat inschikken samenwerkingsscholen ontstaan, waarbinnen openbaar onderwijs én PG-onderwijs een plek hebben. Dat zijn allemaal knappe resultaten.

Nieuw voorstel op tafel
Terwijl het werkveld bezig was met samenwerking en schaalvergroting, schreef de staatssecretaris door aan de vertaling van zijn brief uit 2014 tot een wetsvoorstel. Dat voorstel ligt nu op tafel. Het drukt ons met de neus op het feit dat onderwijs een wereld van regelgeving is. Waarom kan vrijheid van onderwijs nou niet gekenmerkt worden door véél meer écht loslaten? Een paar dingen regelen, borgen op hoofdlijnen, en verder overlaten aan de lokale samenleving?!
In het harde gevecht rond de laatste school neemt de school in  Kats een bijzondere plaats in. Kan die op basis van het wetsvoorstel weer open? Verzameld in een onderwijscoöperatie voeren de piepkleine schooltjes een hard pleidooi: wij zijn met z’n 7-en, wij vormen één bestuur op basis van een coöperatie van ouders, en we staan samen in voor 200 leerlingen. Kats zit dus bij die 7, en Kats wil weer open. Vraag aan de staatssecretaris: laat u ons als experiment toe?

Dekker reageert richtinggevend
Daar komt het niet van, blijkt uit de brief van Dekker van mei 2015. Een coöperatie is een lastige rechtsvorm, wat is nou eigenlijk het bevoegd gezag en hoe moet het nou met de bekostiging – allemaal hobbels. Het sterke van Dekker is: hij volstaat niet met een ‘njet’, maar is gaan denken over oplossingen. Dat is nog eens mee-denkend besturen!
Hij zegt: begin een vereniging. Per schooltje een dorpsvereniging, en 7 dorpsverenigingen vormen dan samen een koepelvereniging – die dan het bestuur vormt. Dat vindt Dekker prima, ook als onder dat ene bestuur verschillende denominaties vallen. Die verenigingsvorm versterkt het beeld van geworteld zijn. Daar bovenop vergroot Dekker de medezeggenschap van ouders, vooral als de discussie over opheffing-of-voortzetting gaat. Daarbij vindt hij dat een superkleine school (minder dan 23 leerlingen) nog wel even kan overleven als nevenschool van een wat grotere school.
Zo’n setje dus – best de moeite waard. Het stichten van een nieuwe school blijft overigens een pittig examen. En of dat Kats lukt is zeer de vraag.

Uiteindelijk zullen we het zelf moeten doen
En zo is het. Het is niet goed als het lokaal alleen maar gaat om de piepkleintjes. Op gemeentelijk en regionaal niveau kunnen ook andere en meer innovatieve stappen worden genomen.
Wat te denken van centraal een volledige school inclusief bovenbouw, en in de dorpen rondom satellietscholen voor alleen de onderbouw (groepen 1 tot en met 5) inclusief kinderdagopvang en buitenschoolse opvang? Ik ken fijnmazige maar dunbevolkte plattelandsgebieden waar zo’n model prima kan. In het voortgezet onderwijs bestaan dergelijke constructies.
Wat te denken van vermindering van het aantal scholen, en gelijktijdig – door een soort van ‘herverkaveling’ – waarborgen van de identiteit én van vernieuwing? Daar kan ik wel kaartjes van tekenen, van 5 dorpen met 8 scholen en 3 denominaties naar 5 kindcentra (= minder scholen) met 4 denominaties (= meer variatie). Want weet wel: de vermindering van het aantal leerlingen én scholen loopt gelijk op met een verhoogde vraag van ouders naar meer variëteit in het aanbod.
Ga op zoek naar het voordeel van een grotere organisatie/samenwerkingsvehikel en dus meer professionaliteit, en  naar dislokaties en variëteit binnen zo’n grotere organisatie als uitdrukking van maatschappelijke wensen. Ga op zoek naar de onderwijsteams en ouders die in gesprek willen, en maak duidelijk dat defensief denken en sentiment niet vruchtbaar kúnnen zijn.

Vergeet de slag om Kats. Wees trots op kleinschalig onderwijs, maar focus vooral op onderwijskwaliteit. Haal het onderste uit de kan voor je eigen samenleving en voor je eigen kind. Wees streng voor rekenmeesters en regelneven. Laat zien wat allemaal wél kan.

(deze blog is geschreven voor het Najaarscongres 2015 van Bouwstenen voor Sociaal)

Advertenties