In geouwehoer is het slecht zaken doen

(juli 2013)

Het debat over retail neemt steeds grotesker vormen aan. Er zijn grote congressen, kleine discussiebijeenkomsten, manifestaties en acties; de noodklok wordt geluid, er zijn opstandige internetsites en grote verstandige rapporten en artikelen. We zouden de leegstand wel wég willen praten.

Algemeen 042Dat lukt natuurlijk niet. Misschien moeten we ook gewoon wat minder praten. En gewoon aan de slag gaan. We weten toch al lang hoe het eigenlijk zit?

Wat er aan de hand is
De afgelopen 15 jaar is het aantal vierkante meters met meer dan één derde toegenomen. Dat is natuurlijk te veel van het goede. We zijn in de goede tijd vergeten de overbodige vierkante meters uit de markt te nemen – die zijn er gewoon nog. Dat was goede hoop, of financieringsnoodzaak, maar echt: er is teveel vastgoed.
We zijn immers niet 30 of 40% rijker geworden. Het aantal meters moet terug. En bovendien is de vierkante meter minder waard geworden. Aanvaard dat.

Wat we moeten doen
Laten we alsnog meters schrappen. Sommige winkelstraten zijn allang geen winkelstraten meer, staan voor 80% leeg, maken geen deel uit van een circuit of van een wenkend perspectief. Sommige verbouwingen waarbij winkels – door er verdiepingen en achterterreinen bij te betrekken – tot grote formaten zijn opgeblazen, bevatten inmiddels overbodig geworden meters. Sommige overdekte winkelbeleggingsmachines kennen problematische achterafhoeken waarvan we eigenlijk wel weten dat die altijd dood zullen blijven.
Doe wat anders met die plinten, geef de achterterreinen en verdiepingen weer terug en bedenk een andere functie. Schrik bezoekers niet af met lege etalages. Kom op eigenaren, aan de slag. Kom op, architecten en investeerders, laat de fantasie gaan. Kom op, retailers-nieuwe-stijl: laat zien hoe het wél kan.

Waar we ons in vergissen
Inderdaad, in Oberhausen is het mis gegaan, en de internet-verkopen groeien. En dan heb je ook nog zoiets als de krimp. Maar moeten we echt bang zijn voor lege dorpsharten en binnensteden – zoals we elkaar vertellen over Frankrijk?

De verwijzing naar Frankrijk klopt zeker niet. Saverne en Selestat, Langres en Autun, St Lo en Bayeux hebben met hun 10.000-30.000 inwoners levendige stadscentra – ondanks die ultrasupers búiten de stad. Vergelijk ze met Steenwijk, Heerde, Sassenheim of Uden. En wat te denken van Colmar, Blois en St. Brieuc die je met hun 50.000-70.000 inwoners kan vergelijken met Deventer, Zeist en Bergen op Zoom?
Zoek het niet in die ongelukkige vergelijking. Weet dat Nederlanders én Fransen graag even het dorp/ de stad in gaan. Centra van plaatsen met 10.000 – 30.000 inwoners, en zeker dat maatje groter, leveren nog steeds een breed serviceniveau. Overal zie je wel te optimistische meters – maar dat is iets anders dan een onoplosbaar probleem.

Groeien en krimpen zijn overigens de gewoonste zaak van de wereld. Wat vind u van Bussum en Voorburg? Is het daar nog leuk om te zijn en wat vind u van het voorzieningenniveau? Beide plaatsen tellen 20% minder inwoners dan 40 jaar terug!
Het arme Leiden heeft een eeuwenlange geschiedenis van decline, fall, stagnatie en herstel achter de rug. In de 60-er jaren was het nog een doodarme industriestad. Anno nu is het een populaire stad voor de betere werkgelegenheid, en is de druk op de woningmarkt van de dubbelmodalen aanzienlijk. Het kan verkeren.

Weg uit de lethargie
Blijf niet hangen in de weemoedigheid van ‘het tuinpad van mijn vader’ en ‘hoe God verdween uit Jorwerd’. Vroeger wás niet beter. Toen waren er veel minder winkels, en we hadden veel minder geld. Nu zijn we rijker en zijn dorpscentra en binnensteden levendige plekken waar we veel komen. Maar: er is overmaat en we gaan dus (weer) een periode van transitie in.
Straks hebben we minder winkelmeters en vooral andere winkels, maar de aantrekkelijkheid van centra wordt vastgehouden. Die zoeken we immers als consumenten, en er zullen (soms nieuwe en andere) ondernemers zijn die daarvoor zorgen

Gewoon aan de slag
Kom de vergaderzalen uit. Kies maatoplossingen. Wees hard. De meters op de verkeerde plek kunnen weg, en dat geldt óók voor teveel meters op de goede plek. Pijn voor eigenaren van vastgoed, en soms ook pijn voor zelfstandige retailers. Er zit te vaak geen pensioenpot meer in de zaak. Ik vind dát het pijnlijkste.
Maar ik ben een optimist. Ik ben lang niet de enige die én in een XXL boodschappen doet, én de stad in loopt, én op internet snuffelt.
We zijn niet in het einde der tijden aangekomen. We zitten aan het begin van een andere tijd, met zat ruimte voor echte economie, voor vernieuwend ondernemen, en voor gezellige dorps- en stadscentra.

(eerder gepost op de linkedin site Economie&Ruimte)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s