Vergeten we wéér om in scenario’s te denken?

(februari 2013)

Wéér wordt er zwaar ingezet op de Deltametropool. Mooie kaarten laten zien dat de groei zich dáár concentreert. Is dat wat we denken, of wat we willen, of zal het onoverkomelijk gebeuren? Is er echt maar één scenario?

???????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????Stilstand en krimp slaan toe in forse delen van noord, oost en zuid Nederland. Hoe verder van de Deltametropool, des te minder perspectief.
Op dat moment gaan bij mij alle bellen rinkelen. Weten we dan 100% zeker dat economie en mensen zich op die éne manier over Nederland zullen verspreiden? Gaan we ons daar helemaal op instellen, doen we voorinvesteringen – allemaal op basis van dat éne scenario?
Pas op, zou ik zeggen, we hebben net wat achter de rug als het gaat om vastgoed en voorfinanciering – beter: we zitten er nog midden in.
Waarom niet denken in scenario’s, economisch én ruimtelijk?

Eerst een blik terug
Cijfers helpen. Aanname is dat mensen staan voor economie: waar geen geld is, vertrekken de mensen. Kijken we naar de ontwikkeling van bevolkingsomvang, dan kijk je impliciet ook naar de economische kracht.
De cijferbak laat zien dat West-Nederland in de 50 jaar van 1900 op 1950 constant 51% van de bevolking telde. Na 1950 kreeg ruimtelijk beleid werkelijk vorm – en in de 60 jaar van 1950 op 2010 daalde het aandeel van West naar 49%. Ondanks het nieuwe Almere en Lelystad! Dat is anders dan veel mensen denken!
De aandelen van Oost en van Zuid stegen in de 60 jaar van 1950 op 2010 elk met 2 procentpunt, en de kleinste landsregio Noord daalde met 2 procentpunt. Wat we hier zien is dat op landsdelig niveau de trend heel kalmpjes aan is gegaan. En een ijzersterk West is niet te ontdekken. Opvallend sterk is de band (boemerang, banaan) rond de randstad/deltametropool: Zwolle en Deventer, de Gelderse steden en de Brabantse stedenrij.
Uit historische cijfers leer je ook dat de steden met meer dan 100.000 inwoners in 1900 31% van de bevolking huisvestten. Honderd jaar later is dat nog steeds zo, en het meest opvallende: het aandeel van de 3 grote steden is gedaald van 18% naar 12% terwijl het aandeel van de andere 100.000plussers steeg van 13% naar 19%.
Nederland kiest wél voor stedelijk, maar minder voor hoogstedelijk – zo is het tot nu toe gegaan.

En dan de blik vooruit
Tussen 2010 en 2040 wordt één scenario gepresenteerd. Met minder dan 50% van de bevolking pakt West ruim 75% van de bevolkingsgroei. Dit wíllen we beleidsinhoudelijk al héél erg lang – terwijl het in de werkelijkheid anders ging. Maar zullen de mensen en de bedrijven wel precies dit éne scenario kiezen?
Kiezen Nederlanders voor hoogstedelijk wonen? Hoe doen we het technisch, als we denken aan ruimte en mobiliteit? Willen werkgevers het eigenlijk wel, of kiezen die voor een flagshipkantoor in het westen en that’s it?! Vergis je ook niet in het nieuwe werken: een trend die stap voor stap wél vaste grond onder de voeten krijgt. Ik ken heel veel werkers die vanuit Heerenveen, Zwolle, Apeldoorn of Den Bosch werken bij een werkgever in het westen – maar wie zegt dat je daar moet wonen?!

Stel dat West evenredig groeit, dus niet 75% van de groei pakt maar 50%. Dan scheelt dat 350.000 mensen en 160.000 huizen in 30 jaar. Dat is twee Almere’s of 7 Leidsche Rijn’s.

Stel dat die druk zich toch anders richt?! Misschien moeten we ons wel van dit wensbeeld los maken.
Tijd voor scenariodenken!

(eerder gepost op linkedin sites Ruimtevolk en Economie&Ruimte)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s