De kleine onderwijsvrede

(juni 2014)

Het onderwijsdebat leek de laatste tijd vooral te gaan over kwaliteit. Daar was iedereen blij mee. Maar met de brief van Sander Dekker van 23 mei 2014 lijken we terug te keren naar de tovertaal van lang geleden. Is dat erg of niet?

SSW-largeVorig jaar werd het spannend toen de Onderwijsraad zich boog over kleine scholen. In ieders beeld is dat het domein van de school met de bijbel, maar het is leuk te weten dat er vooral heel veel kleine openbare scholen zijn. Ook dát is een product van de in 1917 bevochten vrije schoolkeuze.
De kracht van het advies van de Onderwijsraad was dat het in ieder geval wilde redeneren vanuit onderwijskwaliteit – al ging dat dan wat krakkemikkig. Mijn commentaar op dat advies – opgesteld op verzoek van Bouwstenen voor Sociaal – ging over veel onvolkomenheden in de argumentatie (zie blog over ‘wat-is-er-mis-met kleine-scholen?’).
Opvallend was de vergaande regulering; het haalde regeltechnisch en financieel alle lucht voor lokale ouders en bestuurders weg. Het einde van de kleine scholen leek toch echt voor de deur te staan.

Maatschappelijk gezien had het wat weg van een grote operatie – met dito aandacht.

Wat is er goed gegaan?
De meeste grote operaties van het zittende kabinet vragen om heel veel achterkamertjespolitiek. Die zou zijn verdwenen, daar hadden we toch écht de pest aan gekregen. Maar avond na avond kijken we naar beelden van specialisten en fractieleiders van de loyale oppositie, die bezoeken afbrengen aan departementen en torentjes.
Déze grote operatie kreeg het open debat dat we zo graag zien. Er was een heuse motie, er was een tegenstribbelende staatssecretaris, er was in een paar stappen een open debat in de Tweede Kamer. Het was zélfs een beetje spannend.
Zo hoort politiek te zijn.

Waar zijn we minder blij mee?
De ‘oude’ taal. Dat is de taal van oneindig veel wetten en regelingen. Een tijdje geleden sprak men van ‘regels van de apenrots uit Zoetermeer’. Een verhuizing van het departement naar Den Haag heeft de gehechtheid aan regels, en aan de bestuursstijl en de taal die daar bij hoort, nauwelijks veranderd.
Het is ook de taal van de onderwijsvrede van 1917. De grondwettelijke evenwichtsbalk die tóen is betreden, is mee oorzaak van de complexe regelstructuur. Regels die kennelijk beogen om de soevereiniteit in eigen kring te borgen. Verbazingwekkend dat enerzijds ‘vrijheid van onderwijs’ en anderzijds ‘veel regels’ verzoenbaar blijken te zijn; je zou gevoelsmatig anders verwachten.
Wonderlijk, tenslotte, is dat in de brief van staatssecretaris Dekker niet meer wordt geredeneerd vanuit of rondom onderwijskwaliteit. We lijken terug bij af.

Toch het begin van een nieuwe bestuursstijl?
De brief verdient ook lof. Veel teugels worden gevierd, al blijven het teugels.
Gezien vanuit thema’s als ‘bestuursstijl’ en ‘meer ruimte voor lokale oplossingen’ is Dekker fors opgeschoven. Minder technocratisch, minder dicht erop. Hij heeft daadwerkelijk ruimte gemaakt voor lokaal beleid, voor lokale keuzes, voor samenwerking – oók met een beetje extra geld. Met die benadering is veel te winnen – al mág de taal en de regelgeving anders van toon.
Een forse wandeling in de Achterhoek leerde mij dat kleine scholen prima kunnen overleven. Voorwaarde is dat tússen die scholen goed wordt samengewerkt en dat specifiek onderwijsaanbod en dús kwaliteit door samenwerking wordt gedeeld en geborgd. Die samenwerking – soms crossover tussen verschillende onderwijsdenominaties – was 25 jaar geleden moeilijk voorstelbaar.
Den Haag laat de teugels vieren, lokaal komt samenwerking meer voorop te staan. Gemeenten, ouders en schoolbesturen zijn blij met de brief van Sander Dekker. Dat kan nog wat worden!

Wie zijn de hoeders van de vrijheid van onderwijskeuze?
Het is niet ondenkbaar dat er een regenboogcoalitie tot stand komt tussen bijzonder en buitengewoon onderwijs; tussen reformatorisch onderwijs, Steve Jobsscholen, de vereniging van openbaar onderwijs, die van islamitisch onderwijs en van Iederwijs; tussen traditionele én conjuncturele voorkeuren van ouders.
Allemaal OK, onder een paar voorwaarden:
# de vrijheid van onderwijskeuze wordt vaak 1 op 1 doorvertaald naar bouwinvesteringen en
vergoedingen voor reiskosten, en dat problematiseert veel discussies;
# wees terughoudend met bouwinvesteringen (er zijn scholen genoeg) en met reiskosten (het is uw eigen keuze)
# en geen weerstand tegen de inspectie onderwijs

Wie zijn de hoeders van de kwaliteit van onderwijs?
Lokale leerkrachten, ouders en overheden. En natuurlijk de inspectie.
# kies als school en ouders voor cultuur, identiteit, kwaliteit, opvoedingsklimaat, en methodes.
# heb het als inspectie over prestaties en eindtermen, níet over methodes; wees hard over dingen die
écht niet kunnen, heb het niet over kleine verschillen; overweeg of er ruimte is voor vertrouwelijke tips.
# kies als lokale overheid voor de maatschappelijke context én voor extra’s die lokaal, met
leerkrachten en ouders, gekozen zijn. Verscheidenheid, kleine scholen, samenwerking en kwaliteit komen dan snel als thema naar voren. Prima toch?!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s