Onzindelijk debat over jeugdbeleid

(februari 2014)

De laatste maanden bereikt dit debat de diepste dalen. Factfree politics viert hoogtij. Niemand is meer uit op wat waar en niet waar is. Wel worden ons tijden van de grootst mogelijke verschrikkingen in het vooruitzicht gesteld. Maar die tijden willen we toch juist verlaten?!

SSW-largeIn een documentaire over een schooljeugd in de 70-er jaren ontmoet de documentairemaakster Suzanne Raes haar onderwijzer van toen – nét met pensioen. Hij vertelt dat het inderdaad een mooie tijd was. Met verreweg de meeste scholieren is het later ook hartstikke goed gaan. Maar, zegt hij: in deze tijd zouden jullie bijna allemaal een rugzakje hebben gehad.
De decennia daarna is er veel veranderd. In geen fatsoenlijk land ter wereld zijn er zoveel gedwongen uithuisplaatsingen. In geen fatsoenlijk land ter wereld ook is er zoveel vrijwillige specialistische hulp die buiten het gezin, intramuraal wordt verleend.
De afgelopen jaren zijn de Scandinavische landen platgelopen. Daar doen ze het anders, met een veel zwaarder accent op preventie en op empowering en begeleiding-op-maat van ouders. Met veel minder invasiefe maatregelen. Fijn voor de jeugd daar!
Op een of andere manier worden deze voorlopers, die samen de impuls vormen achter de beoogde verandering in het jeugdbeleid, overstemd door luidruchtige tegenstemmen.

Onzindelijk argument 1: straks beslist de gemeente of je hulp krijgt
Dat is gewoon niet waar. Je zegt ook niet dat de provincie en het rijk daar nú over gaan. Bent u wel eens met uw opvoedprobleem naar het provinciehuis gegaan? Nee toch?!
Provincie en rijk hebben nu weliswaar het geld, maar die stoppen dat in een systeem met hoog gediplomeerde verwijzers (huisarts, jeugdarts, 3e lijns zorg) en met bijzondere instanties die over meer invasieve ingrepen gaan (de Bureaus Jeugdzorg).
Straks hebben de gemeenten het geld. Die stoppen dat grofweg in dezelfde deskundigheid – met hier en daar een verbouwing én een rijksbezuiniging . Het goede nieuws is dat veel gemeenten eerder prima ervaring hebben opgedaan met opvoedpoli en CJG’s, die laagdrempelig zijn en zijn gericht op de eigen kracht van het gezin. Effectief voor velen. Met een scheef oog naar de Scandinaviërs.
En heus: waar nodig zullen de gediplomeerde deskundigen en verwijzers niet twijfelen om te verwijzen naar specialistische hulp.

Onzindelijk argument 2: maar er is te weinig geld voor specialistische hulp
De beoogde bezuiniging gaat zitten in minder bureaucratie. Er wordt vast méér geld uitgegeven aan preventie, eenvoudige hulp en ondersteuning. Zo vang je veel weg. Specialistische hulp, intramurale hulp en pleegzorg blijven, maar zullen niet die omvang hebben als nu. Dat is precies de bedoeling.
En natuurlijk – de ombudsman Dullaert vraagt daar terecht aandacht voor – moeten we zorgen voor een warme overdracht voor rond het 18e levensjaar. Dat is nu namelijk, vooral in de jeugdzorg en de GGZ-hoek, niet al te best verzorgd. Gemeenten en professionals, doe dat beter dan nu!
En die deskundigen met dat onzindelijk argument dan? Dat zijn defensieve mensen met belangen en vaste gewoontes. Padfhankelijkheid, noemt de criticaster én deskundige René Clarijs dat. Een bestuurskundige term die we kunnen vergelijken met het spreekwoordelijke platgetreden en ingesleten olifantenpad.
Andere mensen dan die onderwijzer van Suzanne Raes. Leuke vent was dat, open mind, oog voor kinderen – toen, nu.

Is er dan helemaal geen probleem?
Natuurlijk zijn er problemen. Dat geldt overal in het sociaal domein. Die hebben te maken met de snelheid, de radicaliteit, de bezuiniging van de 31e op de 1e, en een hard budgetplafond.
Maar die hardheid is eigenlijk wel goed: het is de afgelopen 15 jaar te veel uit de hand gelopen om nu eens rustig de tijd te nemen om te bedenken hoe het anders kan. Met één grote stap van het olifantenpad af.
We zijn allemaal een beetje bang voor akelige overgangsproblemen. Met vreselijk goede professionals die je kwijt raakt – juist degenen die je wil houden. Met hulp aan jeugd voor wie de juiste steun in die transitie een tijdje uit beeld raakt. Met geld dat op is of op de verkeerde plek ligt – en dus wachtlijsten
Oplossen – niet bang zijn, het moet echt anders.

 

NASCHRIFT 2017

Drie jaar later moeten we vaststellen dat het nieuwe systeem leidt aan the Dutch Diseas: teveel toewijding aan proces, regels, budget en systeem – en te weinig oriëntatie op mens en inhoud. Dat is een overheidskwaal die vanaf de 90-ties tot grote hoogte is gegroeid – zie ook mijn blog https://vincentthunnissen.wordpress.com/anders-besturen/kan-je-van-de-geschiedenis-leren/
Ik dacht dat we in een periode terecht waren gekomen waarin we die houding achter ons hadden gelaten. Als dat ook in de jeugdzorg zou zijn gebeurd, dan had men veel beter gereageerd op complexe casuïstiek. Het zit niet in het systeem maar in de systeem-trouw en in budgetconcurrentie (‘dit moet jij betalen, niet ik’). Dat leidt tot ongehoorde jeugd-GGZ-wachtlijsten, tot veel te laat ingrijpen, ondraaglijke situaties voor gezinnen, en een nog steeds bestaand zwart gat rond het 18e levensjaar.
Het Nederlandse leger onderscheidde zich bij internationale oefeningen in de 70-er en 80-er jaren door improvisatievermogen. Anti-autoritair, lang haar, maar verschrikkelijk goed in het oplossen van problemen en het behalen van resultaten.
Onze haren zijn geknipt, en naar de bijbelse geschiedenis: daarmee onze kracht. Die kracht was ons improvisatievermogen, onze resultaatgerichtheid, onze focus op waar het uiteindelijk om draait.
Oud gezegde: de uitzondering bevestigt de regel. Doe dat nou toch ook in de jeugdzorg, durf te handelen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s