Zorgen over zorg

(augustus 2014)

Het rijk zegt dat er genoeg geld is om ouderen met een zware indicatie op te nemen; de instellingen zeggen dat ze dat geld níet hebben en níet krijgen. Jarenlang was het CBS te terughoudend over veroudering; naar de toekomst toe gaan we er maar van uit dat de nieuwste som klopt. Tellen blijft moeilijk – maar het moeilijkste is het maken van de juiste keuzes.

SSW-large Eerst de cijfers, dan het beleid. Ik kan natuurlijk heel direct naar een CBS rapportage van september 2013 verwijzen, die laat zien dat we over 25 jaar toch echt wat meer verpleegbedden nodig hebben.
Ook al blijven we langer gezond (hoe lang eigenlijk?) en ook al helpen we elkaar allemaal (hoeveel eigenlijk?)
Laat ik met een paar grote stappen proberen vat te krijgen op deze materie, al was het voor mezelf. IJs en weder dienende vier ik in 2035 immers mijn 80e verjaardag.

De startsituatie
Op dit moment zijn er ruim 700.000 80plussers. Zo’n 14% van hen verblijft op dit moment in een verzorgings- of verpleeghuis (dat was 30 jaar terug 25%!). Politiek zijn we het er over eens geworden dat dat anno nu eigenlijk 11% kan zijn.
We weten intussen niet precies hoeveel mensen thuis zitten te wachten met een reeds afgegeven ernstige indicatie. Dat zou gegeven de huidige wachttijden en mortaliteitscijfers maar zo het verschil tussen die 11% en die 14% kunnen zijn. We weten ook niet precies hoeveel mensen met een peperduur volledig-pakket-thuis zitten, om maar te zwijgen over de liefhebbende lammen en blinden die elkaar overeind houden. Het aantal noodzakelijke plekken ‘noodopvang’ verdient daarom aandacht.
Een precair evenwicht als je ziet dat de wachttijden van zwaar geïndiceerden oplopen bij gebrek aan door het zorgkantoor toegewezen plekken. De instellingen bezwijken langzaam onder de financiële last van de evengoed wél beschikbare fysieke plekken inclusief zorgpersoneel. Het rijk denkt dat alle CIZ-geïndiceerden met een hoge ZZP een plek kunnen krijgen, maar hoewel die plek er is: de instelling krijgt er géén budget voor van het zorgkantoor dat in opdracht van het rijk het geld toewijst.
Een tot droefheid stemmende dans. We kennen de startsituatie niet eens!

Vooruitblik
Laten we naar 2035 gaan. Het aantal 85-plussers is dan net zo groot als het huidige aantal 80-plussers. U ziet het: als die nou 5 jaar langer gezond blijven, en we hebben dan evenveel plekken, dan kunnen we daarmee volstaan. Mét  behoud van pittige wachttijden – 1 jaar, al is de persoonlijke problematiek écht groot.
Voorwaarts: naar 2060. Het aantal 90-plussers is dan net zo groot als het huidige aantal 80 plussers. Kwestie van 10 jaar langer gezond blijven, en als er serieuze problemen zijn (somatisch, of stevige dementie): gewoon, net als nu, een jaartje wachten.

Kan het ook anders?
Stel nou dat we iets te optimistisch zijn over gezond blijven. Dan worden we natuurlijk óók minder oud. Maar ook dán hebben we nog altijd heel veel plekken nodig, omdat de betrokken leeftijdscohorten (zo heet dat nou eenmaal) veel groter zijn dan nu.
We blijven in de buurt van het huidig aantal zorgplekken, maar hebben vermoedelijk iets meer nodig. Er zijn straks immers per definitie méér mensen die hun laatste 3 jaar ingaan, en in die levensfase zitten de problemen. Lange wachttijden willen we niet meer, die doen ons teveel denken aan de gezondheidszorg uit de 90-er jaren.
Ook dan is overigens nog steeds een pittige verzwaring van de mantelzorg, het vrijwiliggerswerk én de thuiszorg nodig. Want de meesten (9 van de 10…) die hun laatste 3 jaar ingaan, komen niet – nu, noch straks – op een intramurale verzorgingsplek. Die redden zich zo’n beetje zelf, met heel veel hulp aan huis. Er zijn straks echt véél meer mensen die die zware maar vaak ook memorabele tijd ingaan.

Wat nu met de capaciteit?
Benut de huidige capaciteit asjeblieft, gooi niks weg. De transitieslag is nog best ingewikkeld. Hou er overigens wél rekening mee dat de komende 10-tallen jaren wel eens een omslag zou kunnen plaatsvinden van grootschalige voorzieningen (100-300 plekken) naar kleine en middelgrote voorzieningen (30 – 90 plekken, afhankelijk van het zorgarrangement en de marktpositie).
Ga morgen al anders om met de kostendekking zoals we die in de Awbz en zijn opvolger Wlz kennen. Laat iedereen betalen voor de direct toerekenbare woonkosten. Zoals de zorg niet hoeft te betalen voor de wooncomponent van de cliënt, zo hoeft de verzorgde niet te betalen voor de huisvesting van welzijn en zorg. Ieder zijn eigen broek.
Laat iedereen betalen voor de in redelijkheid toe te rekenen overige ‘hoteldiensten’. Leg daarvoor het oor te luisteren bij het hotelwezen. Die kunnen bij een 85% kamerbezetting receptie, energie, schoonmaak, linnenwas, algemene ruimten en maaltijden bieden tegen een tarief van 30-35 euro per dag excl die woonkosten. Dat is misschien wel 20% minder dan de ‘hoteldiensten’ in de zorgwereld
En de zorg? Breng dat maar onder in rijksregelgeving of basisverzekering. Die extra kosten voor 1% van de bevolking kunnen we nog wel hebben, dat is misschien 25 euro per Nederlander per maand – dat is een fractie van de huidige Awbz bijdrage. Die solidariteit willen we toch wel opbrengen?!

En dan de wensen rond thuiszorg en vrijwilligerswerk!
Omdat het leeftijdscohort ouderen in de toekomst nu eenmaal veel groter is, zal het beroep op hulp-aan-huis sterk groeien. Van vrijwiliggerswerk en mantelzorg tot echte thuiszorg.
Mantelzorg zal stellig anders worden. Nederlanders wonen niet meer in sociaal consistente buurten met allemaal familie en vrienden ( zie mijn blog #pas op voor paternalisme). Het is goed mogelijk dat je je oude buurvrouw frequenter en meer hulp biedt dan je oude vader 120 km. verderop. Ook vrijwiliggerswerk wordt anders. Ook dat zal minder langs de lijn gaan van sterk gebonden tijden, buurten en personen. Vertrouw erop dat iedereen graag werk wil doen voor anderen, maar dan wel op het moment en op een manier die inpasbaar is in zijn leven. Dat is niet zozeer egocentrisch maar een teken van de netwerksamenleving. Die vraagt om een andere organisatie van vrijwiliggerswerk. Je moet het doen met de overigens hartstikke gemotiveerde mensen van de 21e eeuw.
En de thuiszorg? Die moet helemaal anders, meer klantgericht, met minder regels en minder management. Buurtzorg en vele andere kleine dienstverleners laten al een tijdje zien dat het ook daadwerkelijk anders kán. Zelf het buitenland kijkt er met nieuwsgierigheid naar, meldde het Financieel Dagblad (!). Tegelijkertijd zien wij in datzelfde buitenland wat een volwassen service-economie op buurt en stadsniveau vermag – een service-economie die wij node missen (zie mijn blog #over T-fords en thuiszorg). Ook aan de vraagzijde zie je veranderingen: cliënten die met kleine en grote inkoopcombinaties en straatcoöperaties vernieuwing afdwingen. Guus van Montfort van Actiz ziet dat als trend voor de toekomst, en dat is een dapper standpunt.
Er kunnen meer diensten, op maat en tegen lagere prijzen worden gerealiseerd dan je op dit moment bij elkaar kan dromen. Ont-regelen is dan wel héél belangrijk.

Een uitdaging voor beleidsmakers, wetgevers, bestaande instellingen, nieuwe innovatieve ondernemers en burgerinitiatieven.

(deze blog is gebaseerd op mijn inbreng op de linkedinplatforms Bouwstenen voor Sociaal, en Economie&Ruimte)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s