Het verdriet van Adriaan Geuze

(september 2015)

Soms schrik je van een gebouw of van een stadsrand: hoe komt dat zo, waar komt dat vandaan? Adriaan Geuze zei het deze zomer nog eens toen hij Zomergast mocht zijn: hij begrijpt niet dat we zo ruw omgaan met ons prachtig ontworpen land – een ontwerp waar we eeuwen mee bezig zijn geweest. Het is geen melancholie die hem drijft. Het is oprechte verbijstering.

tempelhof_luftWaar zijn de visie, de ontwerpers en de ingenieurs? En waar is het democratische debat?
Volgens mij stuit hij vakmatig op hetzelfde ongemak dat de man-in-de-straat heeft: Nederland wordt zo vol. We geven Vinex de schuld, maar dat is niet eerlijk. In de decennia voor Vinex bouwden we immers twee keer zo veel, en dat is indertijd ogenschijnlijk OK geweest.
Vermoedelijk is het zo dat we met de laatste verbouwing van Nederland net die laatste bekers water in de emmer hebben gegooid. Die loopt nu over.
Resteren de vragen: waar waren de ontwerpers, waar lagen de beslissingen?

Eerst de beslissingen
Het Vinex-proces loopt eind 80-er jaren. De keuze in Vinex: de compacte stad. Door uitplaatsing van industrie kan binnen de bebouwde kom heel veel worden bijgebouwd – en zo is het ook gebeurd. En tussen de stad en de groeikernen is nieuwe uitleg gepland – en ook dat werk is voor een behoorlijk deel geklaard. De droom was dat de mensen die daar gingen wonen zich zouden richten op de stad zelf. Compact.
Parallel met Vinex loopt ook het 2e Structuurschema Verkeer en Vervoer. Ook een visie. Hier en daar nog wat rails, verder opwaardering van de rijkswegen en doorgaande onderwaardering van het onderliggende wegennet. De rijkswegen zijn de ketting waaraan je bedrijfsterreinen kan plannen. Bedrijfsverkeer doorkruist zo niet meer de stad.
Onderzoek vooraf leerde dat de de gecombineerde keuze van Vinex en Structuurschema V&V anders zou werken dan Vinex nastreeft. De twee werkers uit een huishouden kiezen niet voor Ypenburg om – compact denkend – in Den Haag te werken. Ypenberg en Leidse Rijn zijn zo voortreffelijk aan het rijkswegennet gelegen, dat die 2 partners ’s ochtends alle kanten op kunnen.
Dat wisten we dus vooraf – en zo geschiedde.

Dan de ontwerpers
We plannen en ontwerpen woonwijken – én bedrijfsterreinen – tot aan de stoep van de Rijksweg. Dat bedrijfsterrein laat zich gewoon zien, de woonwijk verstoppen we achter een meer dan huizenhoge wal.
Als je op weg naar Utrecht Bodegraven bent gepasseeerd, heb je eerst links een mega bedrijfsterrein dat bij Woerden hoort, rechts pak je nog net een glimp van Linschoten en het Groene Hart op. Vervolgens rij je 10 kilometer door een brede gang met links die verdwaalde zeedijk en rechts een geluidwal die 12 boerderijen uit de herrie houdt.
Of neem de HSL. Van Schiphol komend duikt hij vlak voor de A4 onder de grond. HSL weg, nou kunnen we van het landschap genieten – denk je. Maar wat zien we vervolgens bij Rijpwetering & Roelofarendsveen aan diezelfde A4? Een gloednieuw bedrijfsterrein op de stoep van de Rijksweg.

Kon dat omdat de ontwerpers waren weggestuurd?
Waren het de proceduremensen die we hiervan de schuld moeten geven?
Nee, we waren het samen: beleidsmensen, planologen, ontwerpers. Net als in al die eeuwen daarvoor.
Zuinig met vierkante meters, en daardoor verwijtbaar slordig met ruimte en ruimtebeleving.
Op té veel plekken is het resultaat inderdaad verbijsterend. Je schrikt ervan. En je poetst die slordigheid niet zo makkelijk weg.

(deze blog werd eerder gepost op het linkedinplatform van Ruimtevolk)