Het verlangen naar ruimte

(oktober 2013)

Ruimte is schaars, en ruimte is van iedereen. Twee stellingen die meteen laten zien dat ruimte onderwerp kan zijn van hoogoplopende discussies. Ruimte ordenen: daar zijn we goed in. Maar steeds keert het verlangen terug naar echte, ‘vrije’ ruimte.

tempelhof_luftDe ruimte voor groen en voor spelen kent een lange traditie van vaak verborgen debat. Groen en spelen staan ogenschijnlijk voor vrije ruimte en daarmee ruimte voor iedereen. Maar zo is het niet altijd gegaan.
Er zijn in de loop van decennia steeds prikkels geweest die ervoor zorgden dat het vaak anders ging dan we ons hadden voorgesteld.
Keurig geordend.

 

Is het overigens vol in Nederland?
Neem je bevolkingsdichtheid als maatstaf, dan is dat zeker het geval. Zelfs de bevolkingsdichtheid van Noord-Nederland – die wij ‘laag’ noemen – wordt elders als vrij hoog gekenmerkt. Maar vergelijk je onze Deltametropool (meer een netwerkregio) met andere stadsagglomeraties (meer metropolen), dan blijkt het toch weer anders liggen.
Nederlandse steden kennen gemiddeld genomen een veel ruimere opzet. We houden van groen wonen, van tuintjes, van speelplekken, groenstroken en parken. Nederlanders zijn gemiddeld genomen geen stedelingen, maar liefhebbers van suburbia.
Anderen roepen nu: maar het stedelijk leven is toch in opmars?! Klopt, maar stedelijk wonen is van een andere schaal dan elders. Die kleine schaal en – toch – die vriendelijke openbare ruimte maakt onze steden juist zo populair bij wereldburgers.

Van wie is die ruimte? In de opvattingen daarover zien we slingerbewegingen. Juist ‘groen’ en ‘spelen’ – vrije ruimte?! – kunnen ons daarover wat leren.

Openbaar of particulier groen?
Meer dan 100 jaar terug was er de claim om naast al die piepkleine huisjes van toen ruimte te maken voor openbaar groen; ruimte voor particulier groen was er nauwelijks. Die lijn trekt door naar de naoorlogse wijken, met groen op álle schaalniveaus (stadsdeel, wijk, buurt).
Begin 90-er jaren vertaalt de individualisering zich naar veel meer particulier groen. Het aantal vierkante meters groen bleef echter min of meer gelijk. Je ziet in die wijken dus véél minder buurtgroentjes, en het grote groen is naar de stadsrand gedrukt in de geluidzone langs de A-zoveel. De nieuwe suburbane wijken zien er stenig en minder groen uit: het groen is verstopt achter de huizen.
Opmerkelijk is dat veel van die mensen met particulier groen beginnen te mopperen: waar is nu toch dat openbare groen, die ontmoetingsplek, dat speelveld? In stadsvernieuwingswijken uit de 70-er en 80-er jaren hebben ze daar een oplossing voor, als aanvulling op de geveltuintjes: laat hier en daar een paar huizen weg, en maak daar openbaar groen.
Kennelijk wíllen we dat zo: lucht, ruimte, ontmoeting.

Vrij spelen of mooie speelattributen?
Vrij spelen was in de naoorlogse wijken de norm. Hier en daar wat tuttige groenvakken, en hier en daar een klimrek, schommel of zandbak. Ruimte zat om hutten te bouwen en met je rubberboot de sloot te bevaren. Kinderen deden het met de vrije ruimte die er lag.
Rond de eeuwwisseling, zo’n beetje gelijk op met die wijken van de 90-er jaren, kreeg je een interessante coalitie. Ouders en kinderen kwamen op vakantieplekken schitterende speeltoestellen tegen, en fabrikanten maken en verkopen graag meer speeltoestellen. Deal: die wilden we ook bij ons in de wijk!
De ruimte ordenend zijn daar ver doorontworpen speelplekken uit ontstaan, peperduur in aanschaf en onderhoud – en ’s avonds ook populair bij 15-jarigen. In de oudere wijken kwamen de huttenbouwers in de problemen: dat kan natuurlijk niet, vonden die keurige 21-eeuwers in ineens. Allemaal uitingen van de maakbaarheidsgedachte die tussen 1990 en de recessie nog één keer opflakkerde.
Maar gelukkig, anno nu zorgt de slingerbeweging ervoor dat natuurlijk groen en natuurlijk spelen na 40 jaar weer terug komen. Een klein beetje ontwerp, maar verder vooral een houding. Geef de ruimte terug aan een beetje stadsnatuur, aan lekker spelen en aan een ommetje wandelen.

Samenleving of overheid?
Dat is eigenlijk niet het goede debat. Overheid en samenleving moeten vergaand samenvallen.
Wat we vooral bedoelen: de samenleving vraagt ruimte, geen doorontworpen vierkante meter. Fouten maken mag, maar doe het niet een tweede keer. Stap uit de neiging tot ordenen, stap ‘out of the box’, kies een andere bestuursstijl, gun jezelf en anderen vrije en oningevulde ruimte.
De samenleving wil niet veel meer dan wat ruimte om elkaar te ontmoeten en een beetje adem te halen. Maak en deel die ruimte, wees tolerant, leef samen.

(Deze blog werd eerder geplaatst op het linkedinplatform van Platform 31)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s