Suburbia revisited

(maart 2014)

Al 25 jaar heb je planologen met zendingsdrang en een groot hart voor stedelijk en ruimtebesparend wonen. Die kleine huishoudens van vandaag de dag moeten niet zeuren, die willen geen gras maaien, die moeten gewoon in een appartement kruipen. Dat móeten ze leuk vinden. Waarom luisteren ze nou niet?!

tempelhof_luftDaar is een heel goed argument voor. We vinden toch al zo’n 20 jaar dat we écht beter naar de mensen zelf moeten luisteren, in deze tijd waarin het zoemt van particulier opdrachtgeverschap en burgerkracht? Hoe kan het dan toch dat we daarnaast met zoveel hartstocht zo’n ander dwingend pleidooi voor hoogstedelijk wonen tegenkomen?
Zonder bewijs meent een planoloog als Zef Hemel – maar hij is niet de enige – dat de toekomst is aan grootstedelijke agglomeraties met, ehhh, grote dichtheden. Hij meent dat de afgelopen 20 jaar vooral suburbaan is gebouwd, en dat is allemaal fout, door de staat opgelegd VINEX-denken.
In werkelijkheid is het zo dat een groot deel van de VINEX-taakstelling in binnenstedelijk bouwen ligt. De eerste 10 jaar was het zelfs zo dat dáár de productie lag. De weilanden kwamen veel later op gang, daar was iets misgegaan met tijdige voorbereiding.

Over de stad
Hier heeft Hemel overigens wel een half gelijk, hoor, want de populariteit van binnenstedelijk wonen ís fors gegroeid.
Al weer véél langer geleden lag de stad op zijn gat. De oude stadsvernieuwing – vooral sociale woningbouw – was de eerste herstelactie. De mensen die wat meer geld konden uitgeven gingen herkennen: hé, dat is leuk wonen. De steden zijn in pakweg 40 jaar knap hersteld. Dat herstel is ook verbonden met minder auto’s in de stad – en een geweldige groei van het aantal fietsen. Die mobiliteitskeuzes zijn overigens keuzes van de stadsbewoners zelf, daar was geen planoloog of beleidsmaker voor nodig.
Tot zover de stad. Die is eindig in zijn capaciteit. Maar ook de vraag naar binnenstedelijke wonen is eindig. Niet iedereen wil wonen zoals ik, op een hoek, met aan de voorkant overburen op 6 m1 en aan de zijkant op 4m1. ‘So cute’, vinden velen, maar vinden ze dat ook 365 dagen per jaar?
Gun de stad aan de bewoners die daar graag willen wonen, maar besef dat jouw keuze niet staat voor de vraag van iedereen.

Over de wijken aan de rand van de stad
Die hoeven echt niet zo dicht te zijn als Zef Hemel bepleit. Aan de ene kant zijn wijken als Ypenburg, Leidse Rijn en Vathorst echte stedelijke wijken. Maar gelukkig hebben ze ook voldoende ruimte en groen – particulier groen én openbaar groen. Met de tram naar Ypenburg is een stedelijk genot, zeer Haags, zeer stedelijk, zeer groen.
Ze zijn natuurlijk ook wel heel groot, die uitbreidingen. Ze zijn op een schaal die om een eigen ontwerp vragen – met een eigen identiteit. En als je heel eerlijk bent, dan is dat minder goed gelukt dan met de wijken uit de periode 1955-1995. Kijk nog even of we daar wat aan kunnen doen, nu het even extra langzaam gaat met de bouw.
Maar we moeten het woord Vinex nou ook weer niet gebruiken voor alles waar we liever zelf niet willen wonen. Nederland is zeker niet volgeraakt door Vinex, sterker nog: sinds Vinex wordt er hartstikke weinig gebouwd. In 20 jaar Vinex groeide de voorraad met 1 mln. woningen – voor een fors deel binnenstedelijk; de 4 decennia daarvoor deden we dat elke 10 jaar – grotendeels in de weilanden.
Nederland vol? Ja, best, maar níet door Vinex.

Gekke Nederlanders
Het Westen van Nederland staat al een hele eeuw lang op pakweg 50% van de bevolking. Het Groene Hart en provincies als Gelderland en Brabant groeiden tot diep in de 80erjaren een stuk sneller dan de Randstad.
Met voorsprong het populairste woonmilieu sinds WO II is de stad met 25.000 – 75.000 inwoners met een volwassen voorzieningenniveau. Dat is oud nieuws, juist díe kernen zijn in belang toegenomen. Heel gestaag, over een ontzettend lange periode. Zouden de mensen die daar wonen nu ineens allemaal in een grootstedelijke agglomeratie met grote dichtheden willen wonen – door planologen afgedwongen hoogstedelijkheid?
No way.
Die malle Nederlanders blijven kiezen voor Hoorn, Katwijk, Alphen, Gorinchem, Vathorst, Nijkerk, Wijk bij Duurstede en Zutphen. Ook de groene buitenwijken van grote steden – groenstedelijk wonen – zijn populair: denk aan de revival van Amsterdam-Noord. Verder is er veel voor te zeggen om de komende tijd nog meer dan voorheen bij woningontwerp te kiezen voor een lokaal of wijkverbonden identiteit. De variatie moet verder gaan dan voorheen, geef mensen kans zélf keuzes te maken. Bewoners kiezen graag voor een palet aan mogelijkheden en echte verschillen.

En de stad?
Leve de stad! Die is zo groot als zijn kern plus de ring tot 1940. Hartstikke populair. Houden zo, want anno 1970 waren we díe stad bijna kwijtgeraakt.

 

(Deze blog is gebaseerd op mijn bijdragen aan een discussie op het Linkedin-platform Ruimtevolk, waar ook Lydia van der Heyden, Daniël Hake, Peter de Bois en Martijn Schutte bijdroegen aan een discussie over herwaardering van suburbaan Nederland. Niet veel later waagde Zef het zelfs te stellen dat suburbaniteit dwingend leidt tot seculier-conservatisme. Heuhh? Wim Derksen waarschuwt op zijn beurt om als stad authentiek te blijven, en niet te vervallen in concepten, verzonnen identiteiten en marketing-failures – denk aan de massa aan campussen, broedplaatsen en valleys die we hebben zien passeren. Gaap!!)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s