Waar laat je 1600 koeien?

(augustus 2015)

Dat kán een vraag zijn. Berichtje uit de krant: rijke vent – met geld uit andere business – wil eens wat anders en gaat een mega boerderij beginnen. Over melkrechten hebben we het tegenwoordig niet meer, er is nog wel iets met mest. En je hebt een plek nodig, natuurlijk.

tempelhof_luftDat schijnt nu allemaal in orde te zijn. De provincie – baas van alles wat planologie heet – ziet het wel zitten. In of bij Wichmond, in een fijnmazig coulissen landschap vol oude boerderijen en landhuizen. Een mooie plek, vindt de innovatieve investeerder – met geld uit een andere business die het eens in een andere sector wil proberen.
Laat ik eens wegblijven bij discussies over wat verstandig is uit een oogpunt van dierenwelzijn, gezondheid, diversiteit, milieubelasting. Als consument kies ik wel mijn eigen vlees en eigen melkproducten.
Laat ik het als vakman puur bij de ruimtelijke vraag houden.

Dan begrijp ik noch de ondernemer, noch de overheid.
Toen ambacht opschaalde naar industrie, verdween de industrie uit de woonomgeving richting stadsrand. Ambacht-in-de-stad is nu gelukkig weer op de weg terug. Kleinschalige ambachtelijke activiteiten passen immers prima in de stedelijke omgeving. Maar industriële plants zitten echt elders, zelfs havens schuiven de stad uit richting zee. Zie Rotterdam en Amsterdam.
Toen landbouw opschaalde naar 60, later 100 of zelfs 200 koeien botsten we al aardig tegen grenzen aan. Ons cultuurlandschap verhoudt zicht niet zo met die grote stallen. En wat te doen met 1600 koeien?! Huisvesting van 1600 koeien in een coulissen landschap doet mij een beetje denken aan ver-5-dubbeling en theoretische her-inwerkingtreding van de museale Heinekenfabriek aan de Stadhouderskade. De échte mega-grote fabriek staat nu dus op een industrieterrein.
De ruimtelijke vraag van 1600 koeien verdient een vergelijkbare behandeling. Bedrijventerrein genoeg.

Een oude fantasie van mij over 120 hectare overbodig bedrijventerrein langs de A1 was een “fabrieksstraat” met heel veel varkens en koeien aan de ene kant. Aan de andere kant: alle denkbare zuivel, spek- en sudderlappen, en natuurlijk zwezerik. Daartussenin de echte fabriek die dat allemaal flikt. Terzijde een slimme fabriek die van drijfmest droge mest maakt, maar vooral de hele santemekraan van energie voorziet.

Als we niet van industriële landbouw houden, dan is er geen ruimtelijke vraag.
Als we industrialisering van landbouw wenselijk vinden (kassen&koeien), dan moet je die industrie niet in landelijk gebied positioneren.

Leve de leefbare stad, leve het leefbare platteland, leve afzonderlijke productieplants.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s