Greed

(januari 2013)

Iedereen kent dit woord uit de film Wall Street. Hebzucht als dé drijfveer van economisch handelen. Je zou willen dat dit inzicht zijn beste tijd heeft gehad. Nee, zo meen ik. Sterker nog: het heeft zijn plek gekregen in een belangrijk maatschappelijk debat.
P1000748
Al enkele jaren loopt er een hitsige discussies tussen generaties. De ene generatie zou te kort werken, de andere generatie verbrast zijn toekomst, en de derde generatie heeft vadertje staat uitgewoond.

Laten we de ‘generaties’ eens langslopen.

Eerst de 65-plussers
Dat zijn er 2,8 mln., die samen 1,8 mln. huishoudens vormen.
De meeste 65-plussers hebben een geschiedenis als kostwinnersgezin. Dus één pensioen. De oudsten hebben soms een onvolledig pensioen – vroeger was pensioenafdracht geen vaste prik. Je hebt ook ouderen die van elders komen en daarom zelfs niet de volledige AOW ontvangen. Niettemin zorgt de AOW voor een basis die steviger is dan bij 65-minners, die het met bijstand moeten doen en die is toch een stukje lager.

Als het gaat om inkomen : dat is licht benedengemiddeld maar de AOW vormt een goede drempel tegen armoe. Wel is het inkomen van deze groep de afgelopen jaren teruggelopen, en dat gebeurt komend jaar opnieuw als gevolg van fiscaal beleid en pensioenkortingen. Lastig als je gespaarde geld minder waard blijkt; je kan immers niets meer ‘repareren’. Die gevoeligheid kent het Deense systeem van het individueel beschikbare pensioenbudget ook. Maar als je dat combineert met de vaste AOW-basis die we in Nederland kennen is dit misschien wél een eerlijk systeem. Moeten we in de toekomst niet die kant op?!
Hoe zit het bij de 65-plussers met vermogen? Deze generatie heeft niet zoveel eigen woningbezit, maar wát ze hebben (ca. 800.000 woningen) is vaak vrijwel afbetaald. Moeten ze dat ‘vrije kapitaal’ op voorhand aan de volgende generatie geven en dus hun huis weer belenen en dus weer rente betalen? Of moeten ze dit stille vermogen bewaren voor als ze in de intensieve zorg terechtkomen?
In Duitsland blijven ze bij intensieve zorg van het eigen huis af. Ze vragen wel een stevige eigen bijdrage, en dat is niet gek als het om de component hotelkosten (huisvesting+eten) gaat. Moeten we in de toekomst niet die kant op?!

Deze generatie heeft verhoudingsgewijs een gewoon maar kwetsbaar inkomen, ze hebben meer spaargeld en de hypotheken zijn veelal afgelost. Logisch beeld.

Dan die van 50 naar 65
Dat zijn er 3,3 mln., die samen 1,7 mln. huishoudens vormen.

Hun inkomen is bovengemiddeld. Velen hebben wat carriére gemaakt. Bovendien zie je hier dat de arbeidsparticipatie van vrouwen sterk is toegenomen. Op huishoudensniveau is dit gemiddeld genomen een sterke groep. Wél vervelend als je op deze leeftijd je werk kwijtraakt, de arbeidsmarkt heeft moeite met 50-plussers. De kans op herstel en reparatie van inkomen/pensioen is in deze groep niet al te groot.
Het vermogen is gemiddeld. Deze groep heeft ongeveer 900.000 eigen woningen. Hier zitten veel mensen die nog gewoon afbetalen en dús vermogen hebben – in hun huis. Maar er zijn ook aardig wat risiconemers met tophypotheken en aflossingsvrije leningen.

Het is redelijk als deze groep in al zijn verscheidenheid een bijdrage levert, maar gewoon langs de weg van generieke belastingen. Geen generatiegerichte belasting, want wat is er eigenlijk oneerlijk? Wel kan worden overwogen stapsgewijs en beginnend bij deze generatie de AOW-afdracht geheel te fiscaliseren.

Tenslotte die van 18 tot 50
Dat zijn er 7,15 mln. die samen 3,75 huishoudens vormen.

Veel variatie in het inkomen. De jongsten hebben echte startproblemen rond wonen en werk, en dus gemiddeld lage en onzekere inkomens. Vanaf 35 jaar zie je meer stevige banen, tussen 35 en 50 jaar zit de harde kern van leidinggevend/leidend Nederland. De arbeidsparticipatie van vrouwen is hoog. Op de jongsten na is dit een generatie die qua inkomens vol meetelt.
Het vermogen is benedengemiddeld. Het woningbezit is met 2,05 mln. woningen fors, maar er is nog niet veel afgelost. Veel risiconemers, veel tophypotheken, veel aflossingsvrij.

Deze generatie verdient gemiddeld goed maar heeft benedengemiddeld vermogen. De aflossing schiet nog niet op. Dat is vervelend in deze vaak dure periode van het leven. Maar er is tijd voor reparatie, ook als het gaat om pensioenen. Maar dan moet de mogelijkheid om voor je pensioen te sparen niet zo maar worden beperkt, zoals het kabinet meent te moeten doen.

Herverdelen tussen generaties?
Generiek beleid rond inkomen en vermogen is beter. Er is geen reden om ouderen zwaarder te raken. Dat ze meer vermogen hebben, omdat ze ouder zijn en dus hun schulden hebben afgelost, kan je deze generatie in redelijkheid niet verwijten: zo wíllen we het toch?! Laat generaties elkaar helpen en niet in de haren vliegen.
En graag ook wat minder paniek over onze economische draagkracht: toen de AOW startte werkte maar 38% van onze bevolking, dat is nu 48% en in de toekomst ergens tussen de 46% en de 50%.

  • Laten we de AOW garanderen maar óók fiscaliseren (dus ook ouderen betalen dan mee);
  • Laten we stap voor stap op weg gaan naar het individueel beschikbare pensioenbudget met een laag risicoprofiel;
  • Laten we het mogelijk houden het pensioen per jaar met in ieder geval 2% op te bouwen;
  • Laten we in de langdurige zorg de zg. hotelkosten zélf dragen (wonen+eten), met vanzelfsprekend inkomenssteun voor wie dat niet kan dragen.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s