Asscher op zoek naar nieuwe werkers

(februari 2013)

We hebben op termijn misschien een half miljoen nieuwe banen nodig om de draagkracht van de economie te handhaven. Hebben we wel genoeg mensen in huis om die banen in te vullen? We raken daarmee aan de vraag wat voor land we willen zijn.

FD_1Is het ingewikkeld om meer mensen te stimuleren aan de slag te gaan? Nou ja, je moet in ieder geval níets doen dat mensen ervan weerhoudt om aan de slag te gaan. Wat moeten we bijvoorbeeld met dat heen en weer gegoochel in de kinderdagopvang? Niet goed voor de sector, niet goed voor gezinnen met werkende ouders.
We moeten op zoek gaan naar mensen die wíllen werken én ze in staat stellen ook te kúnnen werken.
Waar zit die arbeidsreserve?

Arbeidsreserve bij vrouwen 
Op dit moment werkt ongeveer 75% van de mannen tussen 15 en 67, en 60% van de vrouwen in die leeftijdsklassen. Gaat de arbeidsparticipatie teruglopen door al dat gesleutel aan de kinderopvang? Of halen vrouwen het verschil voor de helft in? In dat laatste geval krijg je er 350.000 werkenden bij!
Dat gaat dus met grote klappen naar links of naar rechts, deels bepaald door individuele keuzes maar ook sterk beïnvloed door beleid. Houd je beleid dus goed in de gaten.

Arbeidsreserve in de gemiddelde werkweek
Er zit ook nog iets spannends in de arbeidsduur. Dan moeten we het niet hebben over 36, 38 of 40 uur, maar over de gemiddelde arbeidsduur. Die is dik 30 uur. Dat heeft veel te maken met positief te waarderen keuzes van werkenden, maar er is ook wat anders aan de hand.
Soms is de totale taakvervulling (privé en in het werk) onvoldoende goed af te stemmen, en werk je als werknemer of ondernemer minder dan je eigenlijk wil. Is daar wat aan te doen? Bovendien: werkgevers leggen met flexcontracten het risico voor (dis-)continuïteit helemaal bij de werknemer, om nog maar te zwijgen van de rol die ZZP-ers tot hun schrik blijken te vervullen.
Is het overigens handig om bij aantrekken van de markt steeds weer nieuwe mensen in te werken? Hier is veel te doen en te verbeteren, vooral aan meer continuïteit en aan minder verlies van kwaliteit en efficiency. En wat te denken van een meer evenwichtige verdeling van het risico tussen werknemer en werkgever? Het risico ligt steeds vaker bij de werkende!
Gaat de gemiddelde reële betaalde contractduur 5% omhoog (anderhalf uur), dan is dat het equivalent van opnieuw 350.000 arbeidsjaren.

Arbeidsreserve bij ouderen
En dan de 60-plussers. Tot 65 is de arbeidsparticipatie snel gestegen, maar pak je het stuk naar 67 jaar dan blijft de arbeidsparticipatie steken op 30%. Weet dat de gemiddelde leeftijd van ‘met pensioen gaan’ razendsnel is gestegen van ‘nog geen 60 jaar’ rond de eeuwisseling naar ‘ruim 63 jaar’ nú. Weet ook dat het pak 60-minners een gemiddeld hoge arbeidspartcipatie kent, en die schuift gewoon door in de trend die we nu zien en kennen.
Zonder bijzondere maatregelen zal de arbeidsparticipatie van 60-plussers toenemen van 30% nu naar 50% in 2021, en dat is gewoon het effect van de doorschuif van de hoge participatie van 60-minners. Zo krijg er je zomaar 300.000 werkenden bij.
Gooi je d’r ook nog het huidige pakket AOW-maatregelen tegen aan, dan hebben we werk nodig voor nóg eens 300.000 mensen. Tegen die tijd moeten we op de werkvloer en op de arbeidsmarkt 180 graden anders denken over 55-plussers!

Tel nog even met me mee.
Eigenlijk wilden we op termijn een half miljoen extra mensen aan het werk. Dan hielden we de arbeidspartcipatie constant op 48%, en dat is hoog.
Met allemaal heel gewone en wenselijke maatregelen en vooral échte veranderingen op de arbeidsmarkt heb ik net 1.300.000 werkenden in de aanbieding gedaan. Nou komen we in die weleens aangehaalde miljoenen van Donner terecht. We hebben in 10 jaar tenminste 1.000.000 extra banen nodig.
Zo’n groei in banen zie ik terugkijkend zelfs niet in de beste economische tijden. De arbeidsparticipatie stijgt naar 52% of meer, weergaloos hoog in vergelijking met alle ons omringende landen.

Natuurlijk worden we stinkend rijk als we het zo weten te regelen, in dat hardwerkende landje aan de Noordzee.

Maar als die banen er níet zijn, dan weten we dat de niet-werkenden straks slechter af zijn dan ooit. Wie van die groepen potentieel werkenden is het sterkste, wie houdt wie af van een extra stap op de arbeidsmarkt?
Bedenk náást het scenario van de uitzonderlijke groei óók het scenario van de verdringing op de arbeidsmarkt. Wie wint, wie wordt verdrongen? Vrouwen, jongeren, ouderen? Hoe wordt de financiële pijn verdeeld?
Dat is de gróótste uitdaging van Asscher. En die uitdaging heeft alles te maken met de vraag: wat voor land willen we zijn?!

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s