Over T-fords en thuiszorg

(mei 2013)

Henry Ford I maakte een grote stap in de productie. De auto werd bereikbaar voor iedereen, en er was keus: in elke kleur, zolang het maar zwart was. In de thuiszorg lijkt hetzelfde te gebeuren. Straks kan je maatschappelijke ondersteuning krijgen, met maar één smaak. De bedoeling is goed (beschikbaarheid voor iedereen), maar er is ook een probleem. Hoe lossen we dat op?

FD_1Dit stukje gaat over bestuursstijl – over de regelkramp waar we vaak in schieten. Het wordt tijd dat die bestuursstijl verandert.
En het wordt tijd voor een service economie – als antwoord op de individuele vraag die mensen hebben, en met ruimte voor innovatieve ondernemers en voor nieuw werk.
Enige tijd geleden was de gemeente Emmen in het nieuws. De aanpak van de thuiszorg dáár leek budgettair (er is niet meer geld) en systemisch (de wet en onze gewoonten) gedreven. De lokale service-economie kreeg een flinke knauw.

Die service-economie, die je elders ziet, heeft zich in Nederland beperkt ontwikkeld en dat heeft wellicht te maken met de rol van de overheid in de afgelopen decennia. De markt zal niet vanzelf in het gat stappen dat nu is ontstaan door bezuiniging. Je moet méér doen dan hopen dat de markt het oppakt – je moet gericht ruimte maken. Voor een moderne service-economie met gevarieerd aanbod.

Het Nederlandse model van marktwerking
Nederland heeft de afgelopen 20 jaar een grote stap gedaan naar meer marktwerking. De dwingende regelgeving die dat begeleidt, met subsidies en veilingen, heeft echter een onvolwassen markt tot gevolg gehad. Kijk maar eens mee.
De overheid bedenkt een productenpakket. De overheid bepaalt wie, onder welke voorwaarden, daarop beroep mag doen – met subsidie. De overheid nodigt de markt uit: dit zijn de producten, dat is de subsidie, wie gaat het doen voor welk bedrag? Vervolgens krijg je om de 3 of 5 jaar een nieuwe aanbieder die lokaal tevens monopolist is. Op zijn best krijg je drie aanbieders, die voor een lage prijs bereid zijn aan de slag te gaan.
Is dat wel marktwerking? Gezien vanuit de zorgvrager lijkt het er niet eens op.

In de grindbak
Het gaat helemaal mis als je als overheid minder geld hebt. Dan zeg je, en dan ridiculiseer ik: “ik kom geld tekort, ehhh, maatschappelijke ondersteuning is dus gewoon, ehhh, huishoudelijke hulp.” En omdat de gesubsidieerde huishoudelijke hulp als pakket is geveild, is de nieuwe monopolist niet veel meer dan een schoonmaakbedrijf met dito salarissen. Jammer voor de kwetsbare klanten en jammer voor de thuiszorgwerkers.
In bijvoorbeeld Emmen is een breder georiënteerd servicebedrijf gestopt. Het stukje extra werk bovenop de gesubsidieerde hulp bleek niet als afzonderlijk product op de markt te brengen. Er was geen goed businessmodel te maken. Het bedrijf vond het onredelijk om het verkeerde en ontoereikende product te leveren tegen een lage prijs; en het bedrijf wilde de eigen werknemers niet 20% loonverlaging aanzeggen en werk laten doen waar ze zich naar de klant toe voor zouden schamen.
De marktwerking faalde hier. Dat komt door de bestuursstijl van de overheid. En we zien dat de ontwikkeling van een adequate service-economie stokt.

Het kan anders
Het probleem is dat de overheid de productencatalogus vaststelt en die als pakket wegzet bij een monopolist.
Volgens mij moet je wegblijven bij catalogus en veiling. Vertel de burgers welk stukje steun wordt gesubsidieerd. Dat is een aanvraag- en indicatiecircus, maar dat is er nu ook al: het WMO-loket, dat straks zelfs nog breder mag kijken.
Op de markt voor sociaal komen vanzelf aanbieders. Niks aanbesteden en veilen, hoogstens lichtvoetig certificeren. Verder vooral loslaten. Die aanbieders bedenken gevarieerde diensten – stellig ook dat gesubsidieerde stukje – en vormen de aanzet tot een service-economie met passend aanbod en leuk en gevarieerd werk.
Wil ik huishoudelijke hulp, samen gezellig boodschappen doen, boek ophalen bij de bieb en hulp bij douchen, kousen, wondverzorging en strijken? Op zoek naar aanbieders van dit maatwerkpakket! Stel dat het WMO-loket zegt dat het zo met mij is gesteld dat ik maar tot €240 per maand steun krijg. Stel dat ik een aanbieder vindt die een vertrouwde ondersteuner aanbiedt die €400 per maand kost en net wat meer tijd en kwaliteit biedt. Mag ik die dienst dan kopen en dat WMO-stuk declareren?
En heb het niet te véél over keukentafels en over mantelzorg. Nederland ís al wereldkampioen mantelzorg, al schieten mensen individueel heus wel eens tekort en zijn anderen naar karakter of situationeel aan de eenzame kant. Hier zit niet de oplossing voor onze bestuursstijl, onze regelkramp of onze financiële sores. Die oplossing zit bij de overheid zélf.

Graag meedenken!
Denk mee, niet tégen. Benoem niet de hobbels en moeilijkheden. Denk niet in regulering en maximale controleerbaarheid. Denk mee over een nieuwe bestuursstijl en een andere manier van regelen. Over loslaten en ruimte geven. Denk mee over een service-economie die we willen en over een overheid die we waarderen.
En blijf de toegewijde mantelzorger die u al bent.

(Deze blog werd in eerdere versies gepost op de linkedin-site Adviseurs publieke sector en de internet-site Sociale vraagstukken (Tonkens/Duyvendak over de buurman met wie je onder de douche moet)).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s